Quick Scan Professional Performance Improvement (PPI)

Invulinstructie:

In onze optiek zijn de volgende factoren de succesfactoren voor professionele (kennisintensieve) arbeid: kennis, uitdaging, leervermogen, -bereidheid en -condities, taakstelling, informatie- en communicatievoorziening, intrinsieke motivatie, feedback en autonomie. Gericht sturen op deze factoren betekent invulling geven aan professionaliteit van de organisatie en van de kenniswerker. Door de onderstaande scan in te vullen (alle items) krijgt u inzicht in de mate van belang van en de mate van tevredenheid van de individuele factoren. Print daarna uw profiel en bespreek dit met collega en leidinggevenden om te komen tot verbeteracties.

Organisatie:
Onderdeel:
Naam:
Functie:
Datum:
Organisatieomvang:
Branche:

B = Belangrijk, MB = Matig van belang, NB = Niet belangrijk
T = Tevreden, MT = Matig tevreden, NT= Niet tevreden (over huidige invulling)

Stelling

Mate van belangrijkheidMate van tevredenheid

A. Kennis

BMBNBTMTNT
1. De organisatie weet welke kennis aanwezig is om haar doelen te realiseren.
2. De organisatie weet welke kennis in de toekomst (de komende 2 jaar) nodig is om haar doelen te realiseren.
3. De organisatie weet welke kennis uniek is in vergelijking met die van haar concurrenten.
4. de organisatie onderkent expliciet kennisprocessen (zoals kennisborging, kenniswerving, of kennisdeling) en stuurt hierop.
5. Het vaststellen van kennislacunes vindt voortdurend en systematisch plaats.
6. De organisatie onderkent het verschil tussen kennis (in hoofden van medewerkers) en informatie.
7. De kennis voor het nemen van belangrijke beslissingen is beschikbaar en makkelijk toegankelijk.
8. Het management van onze organisatie beschikt over de juiste kennis.

B. Uitdaging

BMBNBTMTNT
9. Mij wordt afwisselend en gevarieerd werk aangeboden.
10. Er wordt aanspraak gedaan op een groot deel van mijn kennis en competenties.
11. Ik werk regelmatig samen met andere disciplines.
12. Ik kan me op meerdere kennisgebieden ontwikkelen.
13. Ik kan zelf variatie aanbrengen in mijn werkzaamheden of in de onderwerpen waar ik me mee bezig houd.
14. Mijn leidinggevende weet waar mijn uitdagingen liggen en vertaalt deze in samenspraak naar individuele doelstellingen.
15. De formulering van doelstellingen vindt plaats op basis van collectieve ambities.
16. Medewerkers worden uitgedaagd nieuwe dingen te ontdekken en uit te proberen.

C. Leervermogen

BMBNBTMTNT
17. Ik reflecteer op mijn snelheid en wijze van leren. (leerstijl)
18. Onze organisatie beschouwt informatieverwerving en -verwerking als ??n van haar competenties.
19. Ik gebruik een persoonlijk ontwikkelplan (POP) op basis van mijn eigen leerbehoeften.
20. Ik kijk met mijn direct leidinggevende regelmatig terug op wat ik heb geleerd.
21. Onze organisatie investeert in 'leren leren'(zoals aandacht voor leerstijlen, rendement van informatiedragers, evaluaties).
22. Ik ken en benut de specifiek voor mij geschikte werkvormen zoals zelfstudie, leren door interactie en toepassings- en praktijkgerichte werkvormen.
23. Onze organisatie biedt leermogelijkheden die aansluiten bij mijn denk- en leerstijlen.
24. Tijdens de werving- & selectieprocedure in onze organisatie wordt het leervermogen expliciet aan de orde gesteld.

D. Leerbereidheid

BMBNBTMTNT
25. 'De medewerker aan het denken te zetten en ontdekkingen laten doen' kenmerkt mijn werkomgeving (leerstijl).
26. Met mijn leidinggevende bespreek ik periodiek mijn leerbehoeften en vul deze samen in.
27. Ik vraag regelmatig feedback.
28. lk besteed een belangrijk deel van mijn werk aan kennisverwerving.
29. De individuele omgang met kennis wordt besproken en gewaardeerd.
30. Met mijn leidinggevende expliciteer en bespreek ik mijn leerresultaten.
31. Leren leren wordt in onze organisatie aangemoedigd.
32. De individuele leerbereidheid wordt periodiek besproken.

E. Leercondities

BMBNBTMTNT
33. Ik heb voldoende ruime (tijd, geld en middelen) voor mijn eigen ontwikkeling.
34. Binnen de organisatie kunnen de medewerkers opzoeken wie op welk gebied expert is.
35. De organisatie zet hulpmiddelen in (zoals intranet, memo?, presentaties, samenwerking) om nieuw ontwikkelde of verworven kennis (door de organisatie) onder de betrokken medewerkers te verspreiden.
36. In de organisatie heerst een klimaat dat nieuwe ideeen een kans geeft, het ondernemen van nieuwe dingen stimuleert en waarbij het delen van kennis een natuurlijk proces is.
37. De medewerkers binnen de organisatie wisselen regelmatig kennis en ervaring uit volgens een georganiseerd verband (zoals forumdiscussies, presentaties, tele-conference, teamwork).
38. De eigen ontwikkeling wordt ge?valueerd, beoordeeld en beloond.
39. Onze organisatie werkt met individuele leer- en/of kennisdoelen.
40. Onze organisatie werkt met prestatie-indicatoren oor kennismanagement.

F. Taakstelling

BMBNBTMTNT
41. De opdrachten die ik krijg zijn over het algemeen duidelijk.
42. De opdrachten die ik krijg zijn soms tegenstrijdig met andere opdrachten.
43. Ik krijg voldoende informatie over het doel van mijn werk.
44. Ik herken mijn bijdrage in de gehele organisatieprestatie.
45. Ik ontvang voldoende informatie over de prestaties van mijn bedrijf.
46. Ik weet wat er van mij verwacht wordt.
47. De consequenties van goed en minder goed presteren zijn helder.
48. Onze organisatie hanteert individuele doelstellingen.

G. Intrinsieke motivatie

BMBNBTMTNT
49. De wijze van belonen en waarderen sluit aan bij individuele behoeften van medewerkers.
50. Eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid kenmerken onze organisatie.
51. De organisatie onderzoekt periodiek de medewerkertevredenheid, arbeidsvoldoening en/of arbeidsmotivatie.
52. Bij mijn werk wordt rekening gehouden met mijn arbeidsmotieven.
53. De organisatie hanteert persoonlijke ontwikkelingsmogelijkheden en ge?dividualiseerde arbeidsvoorwaarden.
54. Mijn leidinggevende kent de inhoud van 'mijn psychologisch contract met de organisatie' (zoals verwachtingen en ontwikkelmogelijkheden) en vertaalt deze naar individuele doelstellingen.
55. De beoordeling van het functioneren van medewerkers is expliciet gekoppeld aan individuele ambities.
56. Gezamenlijke intrinsieke motieven vormen onze collectieve ambitie.

H. Informatie- & communicatievoorziening

BMBNBTMTNT
57. Ik beschik over voldoende informatie om mee te werken (en geen overload).
58. Ik beschik over actuele en betrouwbare informatie.
59. Ik beschik over informatie die direct voor mij toepasbaar is.
60. De informatie die ik nodig heb, ontvang ik meestal op tijd.
61. . De informatie(verwerkings)voorziening waarover ik beschik ondersteunt mijn werk voldoende.
62. De informatie die ik gebruik bevindt zich in de juiste informatiedrager(s).
63. Ik heb communicatievoorzieningen tot mijn beschikking waardoor ik makkelijk contact onderhoud met collega's en vakgenoten.
64. Onze organisatie werkt met prestatie-indicatoren en communiceert de metingen voldoende met de werknemers.

H.Feedback

BMBNBTMTNT
65. Ik ben het grootse deel van mijn werktijd op mij zelf aangewezen.
66. Ik kan zonodig vakcollegae inschakelen (bijvoorbeeld in geval van problemen of onduidelijkheden).
67. Ik ontvang regelmatig feedback van mijn leidinggevende op mijn prestaties.
68. Ik ontvang regelmatig feedback van mijn collegae of vakgenoten op mijn prestaties.
69. Ik praat regelmatig met collegae uit de eigen afdeling/team over het werk.
70. Ik praat regelmatig met mijn leidinggevende team over het werk.
71. Bijdragen aan het succes van anderen wordt afgesproken en beloond.
72. Leidinggevenden beheersen coachend, inspirerend en faciliterend leiderschap.

J.Autonomie

BMBNBTMTNT
73. Ik bepaal zelf mijn werktempo.
74. Ik bepaal zelf de volgorde van mijn werkzaamheden.
75. Mijn werk wordt in grote mate voorgeschreven.
76. Ik bepaal zelf wanneer ik een taak uitvoer.
77. Ik bepaal zelf het tijdstip waarop iets klaar moet zijn.
78. Ik bepaal hoe (werkwijze) ik mijn werk uitvoer.
79. Einzelgangers worden aangesproken op hun samenwerkingsgerichtheid en hun bijdrage aan het succes van anderen.
80. Autonomie en collectiviteit zijn in balans.

Klik op 'verzenden' als u alle vragen hebt beantwoord.