image001

 

 

Column door Steven de Groot

Aantrekkende markt (16 oktober 2014)
Lang geen column van KULTIFA. Er kwam een proefschrift en een verhuizing tussen door. Een proefschrift over schoonheid in organisaties leidde tot zo veel nieuwe inzichten in hoe organisaties te veranderen en te verbeteren dat we een nieuwe business zijn gestart: Combeau.org met als missie organisaties beter door mooier maken.
De weg langs diverse organisatieadviesbureaus voor samenwerking leert dat we markt voor organisatieadvies weer aantrekt. Ik ervaar dat als slecht en goed nieuws. Slecht nieuws, omdat organisaties door de economische malaise eindelijk eens gingen nadenken waarom ze dingen in het verleden uitbesteedden, aan wie en met welk resultaat. Hebben organisaties na de crisis nu lessen geleerd en zijn kritischer bij wat er nu echt moet gebeuren in organisaties? Goed nieuws, omdat consultants over het algemeen toch vaker en beter ontwikkelingen en hun vak bijhouden dan opdrachtgevers.

Het kaf is van het koren gescheiden in de adviesmarkt. Zij die nog bestaan doen iets goed. Wat dan? Gesprekken met directies van adviesbureaus spreken over veranderingen in hun vakgebied. Geen dikke rapporten meer, maar snel aan de slag op de werkvloer, minder voor management en meer direct met medewerkers op de werkvloer (co-creatie) en met meer oog voor implementatie. Dan lijkt er ook nog een stroming van information-based of evidence-based consultancy waar onder andere Leon de Caluwe en Joan van Aken zich strek voor maken. Gaat een en ander samen? Gaat dit de splitsing in de adviesmarkt vormen en tevens binnen opdrachtgevers. We zullen zien. Er is tenminste weer wat beweging en KULTIFa en Combeau.org bewegen graag mee. Tot snel!
 
    

Expert (10 januari 2013)
Je zou maar een expert zijn. Dan ben je in ieder geval niet alleen…

Terwijl de moeilijkheidsgraad en kennis-halvewaardetijd van veel werk toeneemt, zijn we tegenwoordig schijnbaar snel ervaren. Expert waarin en waardoor?
Richard Sennet spreekt in zijn aanbevelingswaardige boek De ambachtsman over tenminste 10.000 uur noodzakelijke oefening.

Ik ben groot gebracht met de kennistaxonomie van Romiszowski. Deze taxonomie kenmerkt zich door de horizontale as weten-begrijpen-(re)productief toepassen-analyseren/verbeteren-combineren/synthetiseren afgezet tegen de verticale as feiten-begrippen-relaties-structuren-methoden. Een expert zou zich rechtsonder op het kennisniveau van methoden- combineren/synthetiseren bevinden. Enkel dus langdurig herhalen wat men ooit heeft geleerd maakt nog geen expert.

Een derde kenmerk van een expert is dat deze enkel door vakgenoten wordt aangeduid als zodanig. Door middel van peer-review drijft deze boven. Want de expert draagt aantoonbaar bij aan een vakgebied, verbetert methoden en komt met nieuwe inzichten. En dus iemand die zichzelf expert noemt…

Naar aanleiding van het recente verzoek van CapGemini aan haar ‘experts’ om salaris in te leveren, kan nog een volgend kenmerk genoemd worden van experts.
Daar waar CapGemini de waarde van haar ‘experts’ minder hoog acht vanwege een afname van hun omzet dient te toegevoegde waarde van de expert expliciet te worden gemaakt. Deze ligt niet enkel in een bijdrage aan de omzet van de organisatie en de bijdrage aan klanttevredenheid. De toegevoegde waarde van een medewerker verandert in de loop der jaren. En neemt toe – of zou toe kunnen nemen - op de aspecten als hun bijdrage aan het succes van (jongere) collega’s (coaching, intervisie, collegiale toetsing), hun bijdrage aan hun vakgebied (publicaties, gastcolleges) en hun bijdrage aan de ontwikkeling van de organisatie. Organisaties, zeker professionele organisaties, doen er goed aan om deze aspecten te vertalen naar individuele doelen en daarmee de waarde van hun experts beter en langer te benutten.

Ik lees Sennet uit en denk verder over schoonheid in werk en organisatie. Vakmanschap, bewust onbekwaam en bekwaam zijn veel genoemde associaties hierbij. Denkt u met mij mee?

Reageren op deze column? Mail ons.

 

Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven



Einde van organisatieontwikkeling? (10 september 2012)
De markt voor vraagstukken in kennisintensieve organisaties lijkt weer wat aan te trekken. Onze agenda’s raken weer vol met afspraken en klussen. Tijd om onze nieuwe ideeën over kennismanagement, gaming en organisatie-esthetiek weer meer in de praktijk toe te passen. In korte tijd schreven we de boekjes ‘Hun zien het verkeerd. Over patronen en mechanismen in organisaties’ en ‘Kennismanagement in projecten’.
Maar het is net of veel organisaties ook rustiger aan hebben gedaan de afgelopen tijd. Wel aandacht voor ´going concern´ van vandaag en morgen, maar ogenschijnlijk weinig aandacht voor de business van overmorgen.
Net of een ieder alle lange termijnplannen heeft weggestopt en weer opnieuw begint met van alles, te starten met reactieve maatregelen.

Waar zijn de SWOTs, de INK/ EFQM-metingen en de Balanced Score Cards-uitkomsten gebleven? Evolueren organisaties weer opnieuw, zonder lessen te leren uit het verleden?
Tijdens mijn promotie-onderzoek stuitte ik op een nieuw principe dat in Amerika behoorlijk voeten aan de grond krijgt en dat mogelijk de ‘nieuwe evolutie’ verklaart: the progress principle, beschreven door Amabile & Kramer in het boek met de gelijknamige titel.
Teresa Amabile: ´What we found was that, of all the events that occur on best days, one stood out well above the rest - simply making progress on meaningful work. We call this the "progress principle". () In fact, meaningful work can be as ordinary as providing customers with a useful service or a quality product. But for the progress principle to take effect, the work must be meaningful in some way to the person.’
Het goede nieuws: organisaties worden onderkend als zijnde omgevingen waarin medewerkers meaningful work ‘mogen’ doen. Minder goed nieuws: het is nog wel erg adhoc.


Lees via de volgende link onze meer uitgebreide overdenkingen over organisatieontwikkeling:http://www.kultifa.nl/artikel%20Het%20einde%20van%20organisatieontwikkeling.pdf


Meer weten? Maak vandaag nog een afspraak met ons!

Reageren op deze column? Mail ons.

 

Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven

 

 

Reframing (28 april 2012)
Mensen baseren hun beslissingen vaak op basis van overtuigingen. Deze meegekregen vanuit een opvoeding en vanuit een kringetje waarbinnen men zich veel al begeeft. ‘Dat vind ik niet’, of ‘daar ben ik het niet mee eens’ lijkt een steeds meer voorkomende reactie op een opvattingen - soms gebracht als ´feit´- van een ander.
Deze confrontaties zijn nodig om onze eigen opvattingen te kunnen relateren met die van anderen. Een variatie aan verschillende opvattingen dwingt ons over onze eigen opvattingen en uitspraken na te denken. We noemen dit reframing: de inspanning om het dominante denken en handelen (onze mentale modellen of frames) te veranderen. Door reframing
maken we de ‘roestplekken’ of cognitieve fixaties in individuele frames, verschillen in argumentaties, veronderstelde causaliteit en patronen zichtbaar en bespreekbaar.

Variatie en confrontatie met andere perspectieven (frames) en interpretaties kan reflectie op fixaties, dilemma’s en conflicten stimuleren. Hierdoor kan de verandering starten. Confrontatie is daarvoor een effectieve methode. Confrontatie maakt verschillen tussen de verschillende frames zichtbaar en oplosbaar.
Plotseling zitten we in een ander frame doordat in Den Haag plotseling anderen aan tafel’ zitten. D66, CU en GroenLinks zagen hun kans schoon en wendden hun invloed aan om hun overtuigingen om te zetten in afspraken. Het ‘PVV-frame’ is niet meer, of slechts teruggebracht tot een paar zeteltjes.
In ons boekje ‘Hun zien het verkeerd’ vertellen we verder over dit denken, dat we toepasten in vele organisatie die gevangen zaten in hun eigen gevoerde frames en patronen.
Ik bezoek de komende week Argentinië. Vast een mooi moment om even te reframen.

Reageren op deze column? Mail ons.

 

Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven

 

Wanneer worden we wijzer? (30 augustus 2011)
‘Wanneer schrijf je weer een column?’, vroegen diverse mensen om me heen. Ieder vrij uurtje besteed ik aan m’n promotie-onderzoek momenteel. En ‘ik heb even niets te schrijven’ in woorden van m’n professor, Mathieu Weggeman.
Excuses, nu er dan toch weer één, en wel uit ergernis, hoewel dat niet de eerste driver zou moeten zijn voor een column…
We leven in een maatschappij waarin meningen kennis overheersen. Twitter, wikipedia, boeken, blogs en columns (jaja…) ; tegenwoordig kan een ieder zijn of haar grieven en ‘expertise’ de wereld in slingeren. Ons kabinet bezuinigt op wetenschap; van het één komt het ander.
Laatst stuitte ik op een oud maar nog heel actueel modelletje van oud-collega Eelke Wielinga met de assen verschillen-overeenkomsten en individu-collectief. Ik  - zoals een ‘goed’ onderzoeker / consultant betaamt (mij  spellingscheck noteert een ‘d’, als zijn de juist, daar heb je het al… Good old Van Dale weet ‘anders’…) – maak mijn eigen slag hierover, met het onderstaande plaatje als resultaat.
We glijden af naar onder, ondanks de kleine toename van onze intelligentie. Machtstrijd en dominantie vallen ons ten deel, maar misschien beter dan isolement en groepsdwang. 
Ik kies toch voor het isolement, geloof ik, en stort me weer op ‘echte’ kennisproductie namelijk m’n promotie-onderzoek. M’n ‘vrienden’ vind ik wel weer op Twitter en LinkedIn. Waar sta jij?

 

CIMG2490.JPG

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reageren op deze column? Mail ons.

 

Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven

 

Promotie-onderzoek naar esthetiek in organisaties (20 juni 2011)
Bijna een jaar ben ik bezig met mijn promotie-onderzoek naar esthetiekbeleving in organisaties onder leiding van prof. Mathieu Weggeman en prof. Joan van Aken aan de Tu/e. Velen vragen me hoe het dar mee gaat en of ik al tot inzichten ben gekomen. In een paar woorden iets over dit promotie-onderzoek.

Ik ben ooit opgeleid aan de Design Akademie in Eindhoven een leerde dat producten naats een functionele waarde tevens een esthetische waarde moeten bezitten. Soms is esthetiek zelfs functioneel of het argument waarom  mensen producten kopen. Via studies onderwijskunde en een MBA ben ik uiteindelijk terecht gekomen in het organisatieadvies en organisatieonderzoek en werkte voor bijna 100 organisaties. Tijdens deze projecten verwonderde ik me altijd over de waarneming dat organisaties zich enkel op functionaliteit richten, en dat esthetiek vrijwel nooit een onderwerp van gesprek is in een organisatie. Kan een organisatie ook mooie dingen doen (schoonheidsproductie) op een mooie manier (productieschoonheid)? Of is dat het zelfde als goede dingen doen (effectiviteit) op een goede manier (efficiency)?

De literatuur over esthetiek stelt dat mensen esthetische ervaringen hebben tijdens waarneming van objecten en events die zgn ‘esthetische properties’ bezitten.  Dit zijn eigenschappen die onder zijn te verdelen in formal properties (balans, harmony, eenvoud, etc.), representative properties (waarden, symbolen, etc.) en expressive properties (kleur, geluid, etc.). In de meeste ontwerpdisciplines als dans, architectuur of muziek zijn deze ‘esthetische properties’ als vanzelfsprekend onderdeel van de design principes. Behalve in de design discipline organisatieontwerp ontbreken deze…

Een volgende stap is het verzamelen van zogenaamde aesthetic experiences van medewerkers (Wat was vandaag een mooi moment tijdens je werk?) en de condities (aesthetic properties in the organization design) waaronder deze plaats vinden.
Voor meer informatie over dit onderzoek: zie http://www.kultifa.nl/Onderzoek.htm

Een mooie dag gewenst!

Reageren op deze column? Mail ons.

 

Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven

 

 

Daad als resultaat (6 februari 2011)
Golfen, zeilen, puzzelen, vrijen, bijna wakker worden, lummelen, overdenken/ dagdromen, verwonderen, genieten, lezen, peinzen, spelen, borrelen / koffie drinken, uitvoeren & waarnemen van de kunsten, zoeken (ipv vinden).
Er zijn van die activiteiten waarbij het doen belangrijker lijkt dan het resultaat van die activiteit. Denk ook maar eens aan uitproberen, voelen, zonnen, schaatsen (alle sporten?), wandelen, kamperen, tuinieren, douchen, lachen, bungy jumpen, tv kijken, roddelen, toneel spelen, ziek zijn, thuis blijven, naar t vuur staren, rouwen, bidden, een binnenpretje hebben, vertellen, roken en trekken (ipv reizen van A naar B).


Wat kenmerkt deze activiteiten? Ze zijn doelloos effectief, worden intuïtief uitgevoerd zonder plan of methode(n) en zijn vaak laag kennisintensief/cognitief. Verder voeren we ze vaak uit met behulp van de zintuigen, in veel gevallen met elkaar (maar dat is geen voorwaarde) en vraagt de uitvoering tijd om een genoeglijk (esthetisch)gevoel te krijgen. Ook lijken we ze vaak (on)bewust (in een bepaalde staat van bewust zijn) en inefficiënt te doen, zonder criteria of kwaliteitsoordeel. En als we er mee stoppen (wat we vaak niet lijken te willen) blijft er niets over en is er geen tastbare opbrengst behalve een voldaan gevoel.

Kunnen we deze ‘state of mind’ ook tijdens ons werk beleven? Of zouden we dat willen? Csikzsentmihalyi duidt dit als flow-ervaringen. Hij noemt de volgende 6 criteria voor deze beleving: focus op één activiteit, beperkte stimuli (geen notie van heden of verleden), ego-ontstijging, uitdagingen, doelen & feedback en zonder externe beloning.

Momenteel werk ik aan promotie-onderzoek naar esthetische ervaringen tijdens ons werk, die veel gelijkenis lijken te vertonen met de genoemde flow-ervaringen.
Ik ben benieuwd naar jouw esthetische ervaringen tijdens je werk. Hiervoor ontwikkelde ik een BEL-boekje (Beauty Experiences Log boekje) om deze bij te houden. Help je me bij mijn promotie-onderzoek en vul je 2 weken lang 5 minuten per dag je esthetische ervaringen in? Ik ben er erg benieuwd naar. Als dank ontvang je een exemplaar van het onlangs verschenen boek GOED door MOOI.

 

Reageren op deze column? Mail ons.

 

Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven

 

Sloophouten organisatie (22 december 2010)

Al  langer ben ik gefascineerd door de vraag waardoor organisaties enkel focussen op functionaliteit en zo weinig op de esthetische waarde in en van een organisatie. Vanuit m´n achtergrond als productvormgever leerde ik dat in producten beiden waarden vertegenwoordigd moeten zijn. Mensen hebben dagelijks esthetiekbelevingen. Ze ontstaan vanuit een behoefte en vermogen ze waar te nemen. Maar tijdens ons werk, slechts zeg 36 uur per week, 48 weken per jaar en zeg 40 jaar lang lijken we deze behoefte en dit vermogen weg te stoppen.

 

Organisaties zijn geen producten, die je vanaf niets, achter je tekentafel of computer kunt ontwerpen. De meeste bestaan reeds waaraan we slechts een esthetische waarde of perspectief kunnen toevoegen. Zoals een tafel die we opnieuw timmeren met sloophout dat reeds een eerdere bestemming had. Een organisatie die staat en waarin de sporen van verlies en succes zichtbaar zijn en ook gevormd is om mooi gevonden te worden. Een organisatie waarin de zintuigen worden geprikkeld, waarin beleefd en geleefd wordt. Die we mooi of lelijk kunnen vinden.

 

Per 1 januari start ik met promotieonderzoek naar esthetiekbeleving in organisaties onder leiding van prof. Linstead die toonaangevend is op dit kleine onderzoeksgebied. Via een onderdeel van onze site zal ik je op de hoogte houden over dit onderzoek. En je uitnodigen om mee en tegen te denken over dit onderwerp.

Ik wens je namens KULTIFA een GOED door MOOI jaar toe. 

 

Reageren op deze column? Mail ons.

 

Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven

 

Mooi kabinet? (13 oktober 2010)

Sinds de namenlijstjes met kandidaten voor het nieuwe kabinet de ronde gaan, lijkt slechts een vraag dominant: komen er wel voldoende vrouwen voor op deze lijstjes?
Laten we uitgaan van de positieve veronderstelling dat we deze vraag vanuit een esthetisch perspectief bekijken. De discussie lijkt immers te gaan over de samenstelling van het nieuwe kabinet. Samenstelling en dan in het bijzonder een heterogene samenstelling blijkt één van de dertig schoonheidsdragers die mensen in organisaties ervaren. En die we beschrijven in ons boek ‘GOED door MOOI. Een esthetisch perspectief op organiseren’ als vervolg op het boek ‘Schoonheid in organisaties’ (Eburon, 2007). Andere bijvoorbeelden van schoonheidsdragers zijn rituelen, vormgeving werkplek, oog voor vakmanschap, samenwerking en de afstemming medewerkers-management (zie http://www.schoonheidinorganisaties.nl/frame/Schoonheidsdragers.pdf). Terug naar ons nieuwe kabinet. OK, we zijn het er over eens. De heterogeniteit, enkel beschouwd vanuit sexe, is misschien lelijk. En ook over de schoonheid van doelen en missie en het vakmanschap (wie is er vakminister?) kan men twisten.

De saamhorigheid en gelijkgerichtheid van de nieuwe ploeg moet nog blijken, evenals bijvoorbeeld de balans tussen kabinetsdoelen en individuele doelen van ministers.

Blijft er dan nog iets moois over bij dit nieuwe kabinet? Geboden uitdagingen, rituelen en bijdrage aan de samenleving genoeg. Evenals de contacten met de verschillende belanghebbenden in de samenleving. Met de huisstijl komt het ook vast wel goed.  Ik zou ’t nieuwe kabinet een zesje geven wat schoonheid betreft. Laten ze eerst maar eens aan t werk gaan. En zien of ook hier GOED door MOOI iets oplevert…

Wanneer ervaar jij schoonheid bij een nieuw kabinet?

 

Reageren op deze column? Mail ons.

 

Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven

 

 

Verplicht onderhoud (6 oktober 2010)

Je hebt van die dienstverleners waarbij hun klanten steeds weer terug komen. Niet enkel omdat hun dienstverlening zo goed is, maar omdat het moet. Kappers, schilders, hoveniers, bakkers en onderhoudsmonteurs hebben voortdurend werk, omdat zaken voortdurend groeien, slijten of bijvoorbeeld kapot gaan. De wereld in of om de klant beweegt, waardoor bepaalde dienstverleners continue werk hebben.

 

Zo is het ook met kennis in organisaties. Of realistischer, zo zou het moeten zijn. Organisaties heen voortdurend, al dan niet als gevolg van de wereld om heen. Dit heeft gevolgen voor de kennishuishouding van de organisatie. Bij KULTIFA noemen we dit kennisonderhoud.  

Veranderingen als marktontwikkelingen, uitstroom oudere medewerkers, nieuwe producten en diensten nopen organisaties tot het investeren in nieuwe kennis. Door  opleiding & training van medewerkers, door samenwerking, door de inhuur van consultants enzovoort.

Meer weten over ons kennisonderhoudsprogramma? Neem contact met ons. In de tussentijd ga ik weer eens naar de kapper...

Reageren op deze column? Mail ons.

 

Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven

 

 

Was will der mann? (12 september 2010)
Was will der mann? Een levensvraag. Een boormachine kopen, een boom planten,  kinderen opvoeden, bungy jumpen, vliegen, in een auto in je eentje door Amerika, een boek schrijven, het tenminste één keer met een kleurlinge / blanke hebben gedaan?  Zo bleek lang mijn lijstje. En ik heb ‘t min of meer allemaal wel afgevinkt. Ik ben klaar voor de dood.


Nee, natuurlijk niet! Met de jaren veranderen de behoeften en ambities. Verwonderen, leren, koesteren. Ik ben nog niet klaar! Scheppen, creëren! Organisaties mooier maken!

Het merendeel van de mensen blijkt graag van baan te veranderen. Niet voor niets blijft het boekje ‘Dromen, durven, doen!’ van Ben Tiggelaar een bestseller. Zo nu  en dan houden we tijdens adviestrajecten zogenaamde ‘Ik wil-sessies’.  Om zo de werkelijke intrinsieke motivatie (de I van KULTIFA) van de medewerker te achterhalen. Waarom ga je  ‘s morgens naar je werk?.  Verrassende resultaten levert dat vaak op. Vooral voor de mensen zelf, voor hun directe collega’s en niet te vergeten voor hun leidinggevende.

Komende week reik ik weer een oorkonde en plaquette ‘U betreedt een mooie organisatie’ uit.  Deze organisatie weet wat ze wil: mooie dingen doen op een mooie manier (schoonheidsproductie x productieschoonheid).

Wat wil jij? En je organisatie?


NB. Vrouwen onder de lezers, natuurlijk schreef ik dit ook voor jullie!

Reageren op deze column? Mail ons.

 

Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven

 

 

Dag nacht (26 augustus 2010)
Ik hou van de nacht. ’s Nachts gebeurt het. Dan worden kinderen verwekt, ideeën geboren. En word je gedwongen tot overdenkingen. Mn zondes, ambities en verlangens, geluk & verdriet en heden & toekomst ontmoeten elkaar in het donker.
Vaak, toen m´n enige grootmoeder nog leefde, belde ik haar s‘avonds. ´Ik ga sluiten´, zei ze dan. Ze doelde op het sluiten van de luiken en het klaar maken voor de nacht.
Als zij de luiken sloot open ik vaak de deur naar m´n tuin. En hoor ik de stilte, ruik de Nachtschone, hoor geritsel en zie de slakken oprukken naar dat wat ze overdag niet durven te ondernemen.

‘Hoe zou ´t ´s nachts zijn in organisaties?’, denk ik wel eens. Wat is er ’s nachts over van een ontzielde organisatie? Kun je dan nog spreken van een organisatie? ‘Wat weet de organisatie na 18.00 uur’,  vraag ik organisaties wel eens in het kader van kennismanagement. En komt al die kennis de volgende morgen met frisse moed weer terug? En waarom dan? Of beter, waardoor dan? Uw overdenking voor de komende nacht…

Reageren op deze column? Mail ons.

 

Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven

 

 

Bevrijd (12 juli 2010)
Vandaag bevrijdde ik een jonge vogel uit een struik in m’n tuin. ’t Jonge dier, nog maar net uit nest, spartelde alsof zijn leven eraf hing door de eerste kennismaking met de mens. Maar ging na een korte worsteling snel zijn vrijheid weer tegemoet.

Terwijl ook ik aan het bekomen was van de schrik, dacht ik na over de vrijheid van mensen in organisaties. Gevoed door het lezen van het boek ‘Het verborgen lijden in organisaties’ van Bert Coenen. Mensen in organisaties lijden volgens Coenen door tekort , genot en verlangen.

Nee, dan liever mooie organisaties. Organisaties waar ‘Schoonheid is werken op een manier die schoonheid in zich draagt en die gericht is om schoonheid voort te brengen’ (Ted Brandsen, artistiek leider van Het Nationale Ballet). Waar mensen bevrijd zijn!

 

Schoonheid laat zich niet beteugelen. Voor de tweede maal organiseerden we de Lijst mooie organisaties. Deelnemende organisaties laten hun medewerkers via een webenquête de mate van schoonheid van dertig schoonheidsdragers waarderen. Organisaties met een eigen schoonheidswaardering > 7 mogen zich wat ons betreft een mooie organisatie noemen… En het lijstje groeit! Dit jaar een mooie Haagse organisatie op de lijst, die we binnenkort bekend maken.
Verder werken we aan een vervolgboek op Schoonheid in organisaties (Eburon, 2007) waarin we elf beautiful practices beschrijven.

Uw organisatie ook op de lijst van mooie organisaties? Dit kan het hele jaar door, zie http://www.schoonheidinorganisaties.nl/frame/wedstrijd.html. Denk er maar even over tijdens uw mooie vakantie! Fijne weken.

 

Reageren op deze column? Mail ons.

 

Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven

 

Vrijzinnig Rijnlands Manifest (6 juni 2010)

VRIJZINNIG RIJNLANDS MANIFEST
Programma voor een mooier Nederland > 2010

Visie
Hoewel we ons niet beroepen op ideologische uitgangpunten, streven we onmiskenbaar naar een samenleving naar Rijnlands idee. Een samenleving van welvaart, georiënteerd op Azië en China in plaats van op Amerika. Een samenleving met een actieve rol van een kleine en weinig hiërarchische overheid. Met maatschappelijke consensus tussen werkgevers, werknemers en financiers. Waarbij de onderlinge verhoudingen en ‘shared values’ centraal staan. Met goede arbeidsverhoudingen tussen werkgevers en vakbonden en met respect voor belangen die de individuele ondernemingen overstijgen. En collectieve kracht en een open en ‘feminine’ cultuur vanzelfsprekend is.
Een samenleving die humanistisch is. Waarin de mens in al zijn verschijningsvormen - ongeacht herkomst, geloof en opleiding  - centraal staat. Individuele verschillen kleuren en verrijken de maatschappij. Afhankelijkheid van elkaar wordt erkend en geaccepteerd. En leidt tot gemeenschapsgevoel, sociaal gevoel en zorgzaamheid met trouw en loyaliteit. Een samenleving met de nadruk op ontwikkeling (kwalitatief) en het geven van ruimte in plaats van op groei (kwantitatief). Een samenleving die een voorbeeld is van een goed werkende kenniseconomie. Meer gericht op de lange termijn en minder op de waan van de dag. Waarbij kennis (in plaats van meningen) weer gewaardeerd wordt en ‘wie het weet’ het mag zeggen. Een samenleving waarin in overleg wordt gezocht naar balans en nuances.

Uitgangspunten
Een samenleving met de volgende uitgangpunten:


Kenniseconomie voor nu en voor een toekomst

Nederland kent nauwelijks meer een maakindustrie. Kennis gecombineerd met creativiteit en ondernemerschap is ons goud voor de toekomst. Hiervoor is een blijvende investering in de individuele bouwstenen van de kennisinfrastructuur nodig: onderwijs, onderzoek  en doorwerking van kennis in de verschillende sectoren. Terug naar de aandacht van en waardering voor vakmanschap!

Koester pluriformiteit, benut verschillen
Jarenlang heeft Nederland ingezet op het verkleinen van verschillen tussen mensen.  We kiezen voor benuttig van verschillen! Pluriformiteit moet! En is vooral een rijkdom die kansen biedt.

De samenleving, dat ben jij
Vrijzinnige Rijnlanders zetten in op initiatief, vrijheid en verantwoordelijk van het individu. Eigen initiatief in de wijk, eigen verantwoordelijkheid voor ontwikkeling en ontplooiing met een overheid die kansen biedt.

Denk groot, leef klein

De wereld wordt kleiner. Nederland is onderdeel van een Europese Unie. Maar gelijkertijd willen mensen eigenheid in kleine gemeenschappen. Met aandacht voor de naaste.


Mijn stemadvies? D66! De meest Rijnlandse partij!

Reageren op deze column? Mail ons.

 

Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven

 



Paradoxen over tijd (11 mei 2010)
Een bestaande column inspireert soms tot een nieuwe column. Ik ben fan van de columns van
Wim van Dinten van de Stichting Sezen (www.sezen.nl). In één van zijn columns schrijft Van Dinten het volgende: 

 

‘Als het om versnelling gaat, tuimel je van de ene paradox in de andere. Zo is er die van de razende stilstand: doordat mensen sneller willen gaan, volgt stilstand. Drie voorbeelden: files op de snelweg, de huidige economische crisis als gevolg van de jacht op het snelle geld en depressiviteit als gevolg van het teveel willen in te korte tijd. De stilstand die zo ontstaat, schaadt ook diegenen die niet meededen met de jacht of jachtigheid. Wall Street schaadt Main Street, net zoals Main Street overigens ook heeft geprofiteerd van Wall Street.
Een andere paradox betreft het tijdsparen. Je kunt tijd niet ergens vastleggen voor later, je geeft de tijd vorm door je leven. Als we een opgave sneller leren doen met behulp van apparatuur, blijkt dat we de “gespaarde” tijd aan meer van hetzelfde besteden. We kunnen sneller reizen maar de reistijd vermindert niet, we gaan verder van ons werk wonen of reizen vaker.
Een derde paradox betreft de evenredigheid van vrije tijd en tijdsdruk. In dezelfde periode dat onze vrije tijd enorm toenam (vanaf ongeveer 1965) is ons subjectieve gevoel van tijdsdruk toegenomen.
Een vierde paradox ligt in het streven dat ons bezielt: iedereen wil oud worden en niemand wil oud zijn, we willen oneindig veel meemaken zonder tijd te nemen om dat te verwerken. Levenservaring staat niet in hoog aanzien.
Paradoxen wijzen altijd op levensfenomenen die doorgrond moeten worden. De rijkdom aan tijdsparadoxen geeft aan dat hier werk te doen is. Veel mensen gingen Rosa natuurlijk voor, bijv. in de literatuur Michael Ende, Momo en de tijdspaarders, in de geschiedwetenschap Philipp Blom, De duizelingwekkende jaren, en in de sociologie mensen als Weber, Dürckheim, Marx, Virilio en Illich. Maar Rosa waagt op hun schouders en met hulp van veel empirisch cijfermateriaal, als eerste een overzicht en diepte-analyse. Misschien was nu de tijd pas rijp?’

 

Wat kan ik hier nog aan toevoegen? Enkel de verwijzing naar een artikel van Nicoline Mulder en mij over tijd in organisaties: http://www.kultifa.nl/artikel%20tijd%20in%20organisaties.pdf

 

Reageren op deze column? Mail ons.

 

Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven

 

 

 

Paasorgel (4 april 2010)
Pasen bracht mij weer eens naar de kerk. En dan niet een dienst, maar het majestueuze orgelspel van Gerrit de Gier.  In de Nicolaïkerk in Utrecht waar mijn grootvader ooit op de kansel stond.  Daarvoor ging ik vroeger mee met mijn grootouders: m’n opa met zijn armen gestrekt boven de gemeente (‘Broeders en zusters!’ en ‘Maak van wat van je leven, Steven’ hoor ik hem even zeggen, met een strenge vinger wijzend.), maar vooral voor het orgel. En als het even kon klom ik naar boven, me al bijna tussen de wolken wanend.  Naar de organist die op de kleine toetsen dat hemelreikende en machtige geluid voortbracht. ‘God bestaat’ dacht en denk ik enkel dan nog wel eens. Wie anders dan hij (Hij?) heeft zulk geluid kunnen baren. Maar toch ook de kerk is weer indrukwekkend. De ruimte met mooi licht door de ramen, versleten stenen vloeren en glanzende kroonluchters, afgeschermd van de wereld en wetende dat er in kerken geluk en verdriet samen komen. Er gepreekt en geluisterd wordt. Een plek voor bezinning, alles laten indalen. De choralen vloeiden langzaam voorbij.  Maar voor ik het wist stond in weer buiten.  In die andere realiteit.  Op naar een nieuwe week. ´Ik wens u een gezegend Pasen´, zou mijn grootvader gezegd hebben.

Reageren op deze column? Mail ons.

 

Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven

 

 

Veronachtzamen (24 maart 2010)
Er is een proces gaande in onze samenleving. Een proces van veronachtzamen, voorbij gaan aan, verzuimen en verwaarlozen. Voorbijgaan aan de stilte tussen twee noten, samen stil zijn, die ene zin, dat moment. Voorbij gaan aan de verschillen tussen mensen en het respect hiervoor, aandachtig zijn.
Op een prikbord bij mijn werkplek thuis hangt een foto van een Balinees meisje in een rijstveld. Ik heb er destijds tien minuten naar staan kijken toen ik die foto maakte. Met een soort verwondering en eerbied. Maar ook met enige schaamte. Hoe zij plantje voor plantje (ik schat zo’n 20.000 plantjes per akkertje), dag na dag, met de hand door het water in de modder duwt. En daarmee de bron legt voor honderden zakken rijst voor haar dorp en misschien ook wel u en mij.
Ook hangt op datzelfde prikbord een fotootje van mijn twee kinderen die met de hand visjes proberen te vangen bij het afgaand tij op een strandje in Bretagne. We hebben dat uren gedaan en zochten steeds weer dat tijdstip waarop de visjes in de staat van twijfel verkeerde: terug naar de zee of blijven in dat fijne opgewarmde water.

Voor beide activiteiten is aandachtigheid nodig. Acht slaan op het hier en nu. Het niet laten vervluchten, maar het voorbij laten gaan.
We ervaren ook veronachtzaming in organisaties.  Terwijl we  - misschien wel juist nu – stil moeten staan. Om ons heen kijken, aandachtig zijn. Ervaren wat we hebben, wat er is en kan, wat onze talenten zijn en wat er speelt. Naar buiten kijken, heroverwegen. Even stil zijn. Laatst werd er op Twitter een minuut stilte gevraagd. Ik daag u uit om het eens 5 minuten te proberen…

Reageren op deze column? Mail ons.

 

Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven

 

Nederland 2015 (17 maart 2010)
Het is 2015. Nederland is in vijf jaar veranderd onder leiding van een tweede kabinet D66. Veranderd,  wedergekeerd, tot een samenleving met Rijnlandse kenmerken. Een samenleving van welvaart, georiënteerd op
Azië en China in plaats van op Amerika. Een samenleving met een actieve rol van de een kleine en weinig hiërarchische overheid. Met maatschappelijke consensus tussen werkgevers, werknemers en financiers. Waarbij de onderlinge verhoudingen en ‘shared values’ centraal staan. Met goede arbeidsverhoudingen tussen werkgevers en vakbonden en met respect voor belangen die de individuele ondernemingen overstijgen. En collectieve kracht en een open en ‘feminine’ cultuur vanzelfsprekend is.
Een samenleving die humanistisch is. Waarin de mens in al zijn verschijningsvormen - ongeacht herkomst, geloof en opleiding  - centraal staat. Individuele verschillen kleuren en verrijken de maatschappij. Afhankelijkheid van elkaar wordt erkend en geaccepteerd. En leidt tot gemeenschapsgevoel, sociaal gevoel en zorgzaamheid met trouw en loyaliteit. Een samenleving met de nadruk op ontwikkeling (kwalitatief) en het geven van ruimte in plaats van op groei (kwantitatief). Een samenleving die een voorbeeld is van een goed werkende kenniseconomie. Meer gericht op de lange termijn en minder op de waan van de dag. Waarbij kennis (in plaats van meningen) weer gewaardeerd wordt en ‘wie het weet het mag zeggen’. Ook zie ik een samenleving waarin in overleg wordt gezocht naar balans en nuances. Gericht op samenwerking en netwerking op basis van vakinhoudelijke uitdagingen. Maar het is pas 2010. We hebben nog veel te doen……
Daarom schreven we een Vrijzinnig Rijnlands Manifest en stuurde dit naar alle landelijke partijen.

Meer over het Rijnlands denken: zie
http://www.rijnland-weblog.nl/wp-content/uploads/2007/12/03-09-het_rijnlands_model-als-inspiratiebron-in-hmr-aug-2005.pdf

 

Reageren op deze column? Mail ons..

 

Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven

Van Mierlo, Rijnlands denker (11 maart 2010)
Bedroefd nam ik kennis van het overlijden van Hans van Mierlo, mede-oprichter van D66. Hij ambieerde ondermeer vertrouwen, pragmatisme en een paars kabinet. Hij is ons veel waard. Een vreemde gebeurtenis in een week waarin ik mij ook kandidaat stelde voor de Tweede kamer fractie van D66. Misschien ergens ook wel om de idealen die Van Mierlo had. Ik zou wensen dat onze maatschappij zich meer langs de Rijnlandse leest  ontwikkelt. Een maatschappij waarin
vertrouwen, vakmanschap (kennis), multilateralisme, collectieve kracht, open en feminine belangrijke kenmerken zijn. Waar de leef- en werkgemeenschap is ingericht als een leergemeenschap. Shared values juist door een samenstelling van een multiculturele maatschappij uitdagend en waardevol zijn. Werken aan een kenniseconomie, met ruimte voor talenten, anders zijn en we de devaluatie van kennis ombuigen.
Hans, je denkbeelden leven voort en vormen mijn uitdaging voor een mogelijk Tweede kamer lidmaatschap voor D66.

Reageren op deze column? Mail ons..

 

Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven

 

Oefenen (29 februari 2010)
Ik heb pianospelen weer opgepakt. En wijdt me aan de Goldberg-variaties van Bach. Niet zo maar iets, blijkt. Ik ervaar het weer. De noodzaak van het oefenen. Bewust zijn van leren. Maar ook het plezier ervan. Ervaren dat het  - door noeste arbeid – steeds beter gaat. Bach leer begrijpen. Wat hij bedoelt met een individuele noot, een rust. Wat hij wil zeggen, via mij.
En ik word me bewust dat we eigenlijk niet meer zoveel oefenen, bewust oefenen. ‘We moeten door, we moeten door’, zingt Youp van ’t Hek. We hebben geen tijd meer om te oefenen? Oefenen vraagt discipline, tijd, reflectie- en doorzettingsvermogen. Zo’n beetje alles wat we deze tijd dreigen te verliezen.
Ooit als onderwijskundige onderzochten we leerbehoeften van mensen in organisaties. Oh, wat willen mensen graag leren en oefenen! Als leervermogen, leerbereidheid en leercondities (de L van KULTIFA) maar aanwezig zijn. De eerste twee zitten in u, daar bent u zelf bij. Leercondities, oefencondities, moet u uw leidinggevende op aanspreken. First thing in the morning! Doen he! Ga ik nog een tijdje pianospelen.

 

Reageren op deze column? Mail ons..

 

Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven

Nacht (27 februari 2010)
Het is 1.00 uur. Nacht. Ik rol laveloos de laatste trein naar Bunnik uit. En kijk even naar een gedenksteen bij de spoorovergang bij Bunnik van een meisje van 12 jaar dat een jaar geleden verongelukte. Ik sta even stil. Stil bij haar ouders en vrienden. Bij het leed dat zij hebben.
Even later rook in een laatste sigaret in m’n tuin. En denk nog even aan die ouders. Hoor het knisperen van blaadjes. Zie een bijna helder maan die op me neerkijkt. In hou van de nacht. Deze is meedogenloos. En dwingt je stil te staan bij wie je bent, wat er is. Wie je dierbaar zijn, wie je lief hebt. De nacht dringt in ons binnen en houdt ons wakker. Eerlijk en aandachtig zijn. Voelen wat je voelt.
Dat willen we ook met KULTIFA. Soms even de nacht bij u binnen brengen. Stil staan. Voelen. Met u afvragen wat er werkelijk toe doet.  Want voor je ‘t weet is de nacht weer voorbij…


Reageren op deze column? Mail ons.

 

Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven

Kritisch moment (25 februari 2010)

Het leven zit vol verrassingen. Gebeurtenissen die achteraf vaak het kritisch moment bleken in ons leven, waardoor we werkelijk nieuwe inzichten vertaalden naar nieuw gedrag. Een verhuizing, een andere baan, een scheiding  zijn vaak op zich al zo ingrijpend op zich dat we deze niet ook nog eens benutten als een kritisch moment om nog wat andere patronen te veranderen.
Visie,
vaardigheden, prikkels, middelen, plan van aanpak , tussentijds succes en principes & waarden zijn volgens Harvard Business School de voorwaarden voor een succesvolle verandering. Prikkel zou je als synoniem kunnen beschouwen van een kritisch moment.
Tijdens onze bezoeken langs ‘mooie organisaties’ zoals ORMIT, Randstad, ROC Tilburg, Harreveld en ZonMw om te komen tot een vervolg op ons boek ‘Schoonheid in organisaties’, bleken kritische momenten, zoals een verhuizing of een nieuwe leiding, noodzakelijk te zijn voor verandering. In dit geval een organisatie mooier maken.

‘Nu ik er toch ben’ of ‘nu we toch bezig zijn’ zijn meerdere malen gedane uitspraken van mensen zie een kritisch moment werkelijk aangrepen om een extra slag te maken. En ze bewust stil stonden bij de andere genoemde voorwaarden voor verandering.
Welk kritisch moment ervaarde jij onlangs in je organisatie? Welk kritisch moment kun je binnenkort verwachten? Loop het lijstje van randvoorwaarden eens na. Wat is er nodig om een extra slag te kunnen maken om een kritisch moment werkelijk te benutten? Succes!

 

Reageren op deze column? Mail ons.

 

Volg Steven op Twitter http://twitter.com/kultifaSteven

Spelen (16 februari 2010)
Ik wil spelen. Spelen met m’n kinderen, met m’n geliefde en in organisaties. Spelen brengt het kind in ons boven. En laat ons verwonderd en ontvankelijk zijn en zorgt dat we plezier en schoonheid ervaren. Net als muziek maken met elkaar. I
n onze weinige vrije tijd spelen we met onze kinderen, doen we gezelschapspelen met vrienden en kennissen. Maar liefst twintig uren per week kunnen we via de televisie spelletjes tot ons nemen. De kijkcijfers tonen dat we spelletjes hartstikke leuk vinden.

En dan gaan we maandag weer naar ons werk. En geen haar op ons hoofd die denkt om te gaan spelen met collega’s. Op de politieke spelletjes na, maar die bedoel ik niet.

Innoveren neigt naar spelen. In het blaue hinein en vanuit het hart grenzeloos dingen bedenken en doen. Dingen anders gaan zien, creëren en komen tot neue kombinationen met elkaar. Misschien is spelen wel een voorwaarde voor innoveren en verbeteren. Daarom ontwikkelen we graag spellen voor en met organisaties, waarvoor we moeilijke woorden bedachten als (serious!!) gaming, managementgames of simulaties. We willen naar unserious gaming. Spelen zonder doel. Spelen om te spelen. Met ontsnappen uit patronen, experimenteren, leren en ontwikkelen als een positief neveneffect. Het proces is het resultaat.

Ik wil spelen met m’n leven
Ik wil dansen op het plein
Ik wil nemen om te geven
Ik wil niet hebben, ik wil zijn (Youp van ’t Hek)

Op onze site kunt u er alles over lezen. En in de speeltuin van KULTIFA. ons KULTIFA Lab, experimenteren we maandelijks met nieuwe ideeën over organisaties en organiseren . 
Speel je mee?

Reageren op deze column? Mail ons.

Mooie mensen (6 februari 2010)
We leggen de laatste hand aan een vervolg op ons boek Schoonheid in organisaties. In het vervolgboek beschrijven we tien voorbeelden van mooie organisaties, zogenaamde beautifiul practices. Bedrijven als Ormit, Rabobank en het Flevoziekenhuis hebben aantoonbare aandacht voor esthetiek in hun organisatie, door bijvoorbeeld oog te hebben aan samenwerking, leren of en bijdrage aan de maatschappij. In het totaal definieerden we zo’n dertig schoonheidsdragers in organisaties. Opvallend vaak vallen tijdens de gesprekken die ik veelal met directies had de woorden oprechtheid (authentiek), open, eerlijkheid, vertrouwen, leren en ontwikkelen. We beschreven eerder een lijst van 20 competenties die mensen als ‘mooi’ duiden, innerlijke schoonheid. ‘Mooie mensen’ zouden vooral gewetensvolheid zijn en het vermogen hebben tot zelfinzicht, leervermogen en samen­werken.  Andere ‘mooie competenties’ zijn verbeeldingskracht / creativiteit, mondelin­ge uitdruk­kingsvaar­digheid, organisatie­vermogen, inlevings­vermogen, luisteren, sociabili­teit, enthousiasmeren, kwaliteitsbewustzijn en loyaliteit. Schoonheid zit van binnen blijkt.. In de interactie met jezelf en met anderen.

Als voorbeeld van ‘lelijke mensen’ worden de rat wel eens genoemd. Deze konkelt, samenzweert, liegt en bedriegt, als ik Joep Schrijvers moet geloven in zijn boek ‘Hoe word ik een rat’, dat bijna teleurstellend vaak de toonbank over ging.. Of waren de verkoopcijfers zo hoog omdat de kopers af willen van de ratten in hun eigen organisatie? ‘Laten we het kwaadaardige en duistere gekonkelefoezel van onze tegenstrevers en ons zelf uit de riolen halen en aan het daglicht blootstellen’, stelt Schrijvers voor in een interview met hem.
Manfred Kets de Vries spreekt in zijn (her)lezenswaardige boek ’Worstelen met de demon’ in dit kader over hypomaniakken. ‘Mensen met hypomanie kunnen gemakkelijk ontevreden en intolerant worden en de oorzaak bij anderen zoeken. Als ze te maken krijgen met weerstand kunnen ze aanmatigend worden, impertinent zelf en ruw’, aldus Kets de Vries.

Mensen zijn geen ratten, maar mensen. Opvoeding en omgeving vormen ons en leiden soms tot enige afwijkingen ten opzichte van ons geboortemens. En juist die omgeving kunnen we benutten om te spiegelen (letterlijk kijken hoe mooi we zijn van binnen niet enkel van buiten) om via ‘schoonheidcompetenties’ te reflecteren, te leren en te ontwikkelen. En weer ‘mooie mensen’ worden.
Ik ga ook maar weer eens een beetje reflecteren, leren en ontwikkelen….. En op zoek naar nog meer mooie mensen en mooie organisaties. Gaat u mee?

Reageren op deze column? Mail ons.

‘Met de kennis van nu…’ (23 januari 2010)
Politici buitelden de afgelopen weken weer over elkaar heen. En verscholen zich – in een tijd van devaluatie van kennis waarbij het constructivistisch denken hoogtij viert – achter ‘de kennis van nu’. ‘Mensen zijn geneigd te valideren wat ze al denken’, stelt psycholoog Van Prooijen afgelopen weekend in de Volkskrant. ‘Ze letten vooral op feiten die hun bestaande ideeën ondersteunen en negeren vaak feiten die hun ideeën ondermijnen. Mensen geloven echt wat ze verzinnen.’ De kenniseconomie is verworden tot een meningeneconomie. Waar gaan we heen? 

Professor Van Dinthen signaleert in zijn column dat we in toenemende mate verdeeld zijn. En dat een nieuwe infrastructuur ontstaat die wat oud was, heeft doen vergaan. Hij verwacht dat we nieuwe technologie zullen gaan gebruiken, nieuwe life styles ontwikkelen, nieuwe vormen van werken en organiseren vinden. Andere democratische structuren, andere leiders, nieuwe visies.  Bij dit beeld past niet het vergaren van informatie uit de krant of van tv, want dat is oud, en hangt in restauratie. Maar hij adviseert ons te moet zoeken naar mensen die jou helpen met jouw plannen en jij met die van hen.
Ik stop dus maar met het lezen van de krant. En ga op zoek naar ‘vrienden’. Organisaties mooier maken in plaats van slimmer. Speel je met me mee?

Reageren op deze column? Mail ons.

Wijs en mooi 2010 (20 december 2009)
Buiten sneeuwt het volop. M’n kinderen maken een sneeuwpop. Binnen brandt de open haard, de vloerverwarming warmt m’n voeten en ik worstel me door de weekendkranten met hun beschouwingen op het afgelopen jaar. Professionaliteit en schoonheid – onze KULTIFA-waarden – komen er bekaaid vanaf dit jaar. ‘Niet de kritiek, maar de criticus wordt als hinderlijk beschouwd’ opent een artikel in het NRC. ‘Waarheid speelt nauwelijks meer een rol’ erkent filosoof Grahame Lock. ‘Degene die idealen hebben, en op een niet-vulgaire, beschaafde manier met mensen willen omgaan, komen steeds minder door het filter van politieke partijen (lees: publiciteitszoekers, eendagsvliegen, baasjes / managers, zakkenvullers. SdG) heen’, voegt hij er aan toe.
Een tijdje terug raakten we gefascineerd door het Kritisch Realisme.
Het Kritisch realisme  - ook wel geduid met Critical Realism en Critical Theory - is een wetenschapsfilosofisch perspectief dat reflecteert over de fundamenten van het sociaal-wetenschappelijk onderzoek. Concepten als theorie, empirie, verklaren, causaliteit en realiteit worden opnieuw bekeken. Dit leidt tot een verfrissende kijk op wat verklarend empirisch (constructivistisch) onderzoek is en hoe het kan gerealiseerd worden. Het Kritisch realisme wil de balans herstellen tussen beschouwingen over het objectieve en over het subjectieve (de verhalen van mensen), zonder zich te beperken tot analyses over ‘betekenis’ zoals het constructivistisch denken kenmerkt. De theorie gaat uit van verhalen (ieder zijn eigen gelegitimeerde werkelijkheid) naast een wetenschappelijke werkelijkheid (waarheid). We schreven er een boekje over dat begin 2010 verschijnt en een hulpmiddel kan zijn bij het zien, begrijpen en benutten van patronen in organisaties.
We hopen in 2010 op een enige nuancering van de eigen werkelijkheden van individuen (zoals die van adviseurs!) en weer wat meer ruimte voor de wetenschappelijke werkelijkheid. Niet de baas, niet die het hardste schreeuwt, maar die het weet mag het zeggen in 2010 wat ons betreft. En over schoonheid een andere keer meer.
Namens de medewerkers van KULTIFA wens ik u een wijs en mooi 2010 toe.


Reageren op deze column? Mail ons.

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk, en bewonder (30 november 2009)

Ramses is dood. De man van originele liedjes, van authenticiteit, wars van showbizz. Ik zag hem laatst nog op televisie waar hij de Laurenspenning ontving. Nog even  - hij kon het niet laten - liet hij zijn vingers over de pianotoetsen glijden. Bij ontij zet ik af en toe zijn muziek op. En maakt hij me vrolijk. Vooral zijn ‘Zing, vecht, huil, bid, lach, werk, en bewonder’ roert me. En beurt hij me op.
Bedankt Ramses! Je bent nog springlevend!

 

Nog een keer horen geïnspireerd willen worden?

http://www.joop.nl/show/detail/artikel/ramses_shaffy_zing_vecht_huil_bid_lach_werk_en_bewonder/

Ei gelegd (22 oktober 2009)

Na ongeveer een jaar heb ik weer een nieuw ei gelegd. Een manuscript van een nieuw boek stuur de ik vorige week naar de uitgever. Mensen om me heen vragen wel eens naar hoe zo’n schrijfproces begint en er uit ziet. De boeken die ik schreef zijn begonnen vanuit nieuwsgierigheid, verwondering of vanuit een vraag. Het idee voor een boek maalt dan een paar maanden in m’n hoofd. Expres begin ik zo laat mogelijk met het aanzetten van m’n computer om het idee te laten rijpen en om het zichzelf te laten bewijzen. Soms is het na een paar maanden weg, maar meestal niet. Dan volgen een paar maanden van lezen van veelal wetenschappelijke literatuur. Wat bestaat er al over het onderwerp, wat zou het boek toevoegen en voor wie, wat zijn de zienswijzen, de openstaande vragen, etc. En dan maak ik voor het eerst een nieuw mapje ´Boek X`in m’n computer aan, dat langzaam vol loopt met links en documenten. En daarmee de ordening van mijn denken. En dan soms pas na maanden schrijf ik vrij snel, in een uurtje, de inhoudsopgave en de achterflap. En ontstaan de eerste ideeën voor titels en vooral ondertitels. Vooral deze laatste, de tekst voor de achterkant van het nieuwe boek, dwingt me tot het maken van keuzes en het bepalen van de kaders van het boek. Dit adviseer ik een ieder die op het punt staat om een boek te schrijven. Schrijf het in ieder geval, zou ik zeggen. Maar probeer in ongeveer 300 woorden te beschrijven waarover het boek gaat.

Voor mij betekent dat het boek nu reeds voor 75% is geschreven, terwijl er nog geen letter op papier staat. Maar de boodschap die ik over wil brengen is me duidelijk, zo ook de structuur. Daarna is het een kwestie van de bouwstenen verzamelen en de inhoudsopgave vullen. Na een periode van een maand of vier tot zes  -  avonden, weekenden en soms een vrije dag  - is het boek bijna gereed. En start de periode van het vinden van de laatste stukjes van het huis. In mijn beleving is het boek af, het ei gelegd, als het in een enveloppe naar de verschillende uitgevers gaat. En start het onrustige gevoel van ‘Wat zouden ze er van vinden?, zouden ze het herkennen?, etc.’. Uitgevers laten soms maanden niets van zich horen. Tot plotseling een bevrijdende enveloppe op de mat valt. En dan, als je denkt dat alles klaar is, gaat de uitgever zich met je ei bemoeien, door inhoudsdeskundigen en Neerlandici op je af te sturen... Na dan nog eens een paar maanden en na een bezoek aan de graficus voor de omslag (altijd een erg leuk moment!), is het plots gereed. Gedrukt, glimmend en al sta ik dan trots met weer een ei, een kind bijna, in m’n handen.

Nu is een periode van afwachten weer aangebroken. Wachten op wat een uitgever er van vindt en later het lezerspubliek. Twee eerdere nominaties voor eerdere boeken is geen garantie voor weer een succes. Veel wordt helaas bepaald door marketing, ook voor minder goede boeken. Ik kom soms boeken tegen die helass nooit op lijstjes prijkten, maar het zeker verdienen. En hoog in lijstjes leidt tot nog hogere classeringen…. Maar het meeste plezier haal ik toch uit een individuele mail van een lezer die getroffen is of zich geholpen voelt.  Daar doe je het toch allemaal voor...
M’n ei ligt nu in de donkere analen van de uitgeverij… Mocht je het overwegen: doe het zeker, al is het voor jezelf. Voor je eigen kennisverrijking, voor studenten en voor je nageslacht.
Een keer samen schrijven?

Reageren op deze column? Mail ons.

Onder de mispelboom (22 september 2009)

Ik zit in m’n tuin onder de mispelboom. Vol met honderden mispels dit jaar. Bezoek vroeg laatst wat voor een boom dat was, die hij nog nooit gezien had. Ik vertelde over de tuin van m’n opa, over de mooie witte bloempjes van deze boom en het ritueel van het eten van een rotte maar zoete mispel met een klein lepeltje. Ik plantte deze boom ooit vanuit deze herinnering. En zo kwamen we op de rol van herinneringen.

Ik vind het een mooi woord, her-innering. Het hoofd  - en het hart - zit er vol mee. En ze vormen (zoals geschiedkundigen plegen te zeggen) tevens de toekomst. Zoals je van mij gewend bent maak ik dan vaak het bruggetje naar de arbeidssituatie. Nee, ik geloof niet is de scheiding van werk en privé. En vraag je eens na te denken over goede of mooie herinneringen in je werk. Welke zijn dat? En wat kenmerken ze? Bij ons onderzoek naar schoonheid in organisaties vragen we mensen naar hun mooiste dagen, hun mooiste projecten en hun mooiste momenten. Vaak noemt men de interactie met anderen, uitdagingen en nieuwe dingen. Als we deze vraag zo makkelijk kunnen beantwoorden, en deze herinneringen koesteren - sterker nog, deze iedere dag wel zouden willen mee maken - waarom doen we dat dan niet?
Ik daag je uit om morgen met je collega’s en je leidinggevende even - 10 minuten maar – jullie mooiste herinneringen te bespreken en na te denken hoe je deze weer kunt beleven. In de tussentijd ga ik mispels rapen. Ik verneem graag de opbrengst van je tête a tête.

Reageren op deze column? Mail ons.

Inzicht (30 augustus 2009)

Alles is weer begonnen. De scholen, organisaties, voetbaltrainingen van de kinderen, files.. En o zo snel vervallen we weer in ons patroon van voor de vakantie waar we o zo snel van af wilden in de vakantie. Desondanks levert de vakantie vaak toch iets op: inzicht. Inzicht in waarom (waardoor is beter…) je ontevreden bent in je werk, aan welke vrienden je echt iets hebt of inzicht waarom die ene liefde het wel is. Inzicht (begrijpen) volgt na weten in onderwijskundige termen. En tijdens de vakantie laten we misschien wat meer gevoel toe in plaats van ratio. Gevoel om te begrijpen. Een ondergaande zon, een vlucht vogels of adembenemende landschappen dragen daar aan bij. En dan nu doorzetten. Vasthouden van dat inzicht en het omzetten in daden! Doen hè!

Reageren op deze column? Mail ons.

Waarnemen (30 juni 2009)

Als ik ’s morgens vroeg vanuit Bunnik het land in rijd, word ik af en toe getroffen door de schoonheid van het landschap. De koeien grazen langs de oevers van de Krommerijn. Gevangen in een deken van damp, waardoor de eerste zonnestralen proberen heen te dringen. Bomen staan trots overeind in een verstild landschap. Even staat ook de tijd stil. Soms zet ik de auto even langs de kant en neem waar, voel. En verwonder me, dat ik daar niet dagelijks voor open sta. En zomaar langs alles en iedereen heen raas. Herkent u dat? Nemen we nog wel voldoende waar? Zijn we ons voldoende bewust van de energie om ons heen, van wat we zien, horen, ruiken en voelen? Gisteren liep ik met wat projectmedewerkers door de bossen bij Doorn. Onder leiding van een gids (Bedankt Ruud!) deden we een paar oefeningen om te ‘aarden’. Om ons weer even bewust te zijn van het verschil tussen buik en hoofd, binnen en buiten. En ervoer ik weer wat nadrukkelijker de energie uit m’n omgeving door het openen van de zintuigen.

Enige tijd terug schreef ik met Nicoline Mulder een artikel over tijd in organisaties (zie http://www.kultifa.nl/artikel%20tijd%20in%20organisaties.pdf), na de verwondering dat ook hier waarnemen en aandachtigheid ernstig te lijden hebben onder de druk van de klok. We worden geleefd door onze computer en telefoon. En dreigen inderdaad tekenen te vertonen van een intensieve menshouderij, zoals Joep Peters & Judith Pauw deze beschreven.
Nu de vakantie nadert, maakt u misschien ook weer wat meer tijd om waar te nemen. Om bewust te worden van de directe wereld om u heen. En dat gevoel, langer dan de duur van uw vakantie, daarna nog even vast te houden. Namens KULTIFA wens ik u een fijne vakantie.

Reageren op deze column? Mail ons.

 

De Paasgedachte en het Rijnlands denken (7 april 2009)

De Nederlandse banken vallen om en beraden zich op een ommezwaai. De Adviescommissie Toekomst Banken (Commissie-Maas) doet adviezen om te komen tot verantwoord en duurzaam bankieren in Nederland. Vertrouwen, centraal stellen van klant en medewerker en de maatschappelijke bijdrage vormen de belangrijkste bouwstenen voor de ‘nieuwe bank’.

Laatst was ik deelgenoot van een prachtige uitvoering van de Johannes Passion. ‘Wat kan de mens tot hele mooie én verschrikkelijke daden komen’, dacht ik al luisterend. Maar een crisis, zoals de lijdensweg van de banken en haar afnemers, kan blijkbaar ook tot mooie dingen leiden. En aandacht voor het Rijnlands denken, zoals de aandacht voor vakmanschap, maatschappelijke betrokkenheid en shareholders centraal. Kritische momenten zijn vaak nodig om te komen tot inzichten en nieuwe gedrag. Doe mij nog maar een crisis! Op naar Rijnlandse organisaties.

 

Meer weten over het Rijnlands denken? Lees het nieuwe boekje van Jaap Peters en Mathieu Weggeman.
Reageren op deze column? Mail ons.

 

Patronen in organisaties (9 februari 2009)

Momenteel lees ik een boek van Haruki Murakami. Een ontdekking! En toen ik de boekhandel bezocht begreep ik dat anderen hem ook ontdekt hadden gezien de lange rij met titels van deze Japanse schrijver.

Het boek ‘Hard-boiled wonderland en het einde van de wereld’ gaat over een man die leeft in een stad en op een geven moment zijn schaduw af moet staan om in de stad te mogen blijven. Ze leven gescheiden van elkaar totdat de schaduw een hereniging zoekt en het volgende zegt.


‘Het is waar dat de mensen hier niemand kwaad doen. Ze doen elkaar geen kwaad, ze hebben geen wensen. Iedereen is tevreden en in harmonie met de dingen. En hoe komt dat? Dat komt omdat ze geen geest hebben. () Door hun geest af te staan ontkomen ze aan de tijd; hun belevingswereld wordt een eeuwig onbeschreven blad. ()

Het ontbreken van ruzie, haat of begeerte houdt tegelijk in dat het tegendeel ook niet bestaat. Geen vreugde, geen saamhorigheid, geen liefde. Alleen waar er desillusie en moedeloosheid en verdriet is, kan geluk ontstaan; zonder wanhoop om wat verloren ging is er geen hoop.’

 

Ik moest bij deze woorden denken aan organisaties. In veel organisaties heerst er ogenschijnlijk rust en tevredenheid. Maar de onderstroom is vaak en andere dan de zichtbare bovenstroom. Hierover gaat ons boek dat in het najaar verschijnt. Een boek over patronen in organisaties. Hoe deze te benutten en te veranderen.
En in de tussentijd…. raad ik u van harte aan Haruki Murakami te ontdekken.

 

Reageren op deze column? Mail ons.
 

Kansen door kredietcrisis (4 februari 2009)

In verschillende organisaties waar ik de afgelopen maanden kwam is de kredietcrisis voelbaar. Uitstel van projecten en stilgelegde initiatieven zorgen voor minder werk en minder behoefte aan medewerkers. Mijn ervaring is dat de afgelopen jaren veel organisaties onvoldoende tijd hadden voor organisatieontwikkeling en investeren in medewerkers.

En juist nu kunnen organisaties (extra) aandacht geven aan kennisdeling en het organisatieleervermogen door met medewerkers onderling projectevaluaties, best practices, interne klantrelaties, interne en externe netwerken, methoden en technieken en dergelijke te delen. Maar ook de vaak onduidelijke portfolio van interne verbeterprojecten eens op te schudden en deze vooral te focussen en kleiner te maken. En hoe zit het met de leerbehoeften van medewerkers? Ook nu is er tijd om de individuele ontwikkelplannen (de bekende POP’s) echt uit te voeren. En nee, dat hoeft helemaal niet door medewerkers op cursus te sturen, maar vooral door intern aanwezige kennis beter te benutten. De kredietcrisis maakt leren mogelijk. Gaat u het doen?

Reageren op deze column? Mail ons.

Less is more (29 december 2008)

In de stad ervoer ik de afgelopen dagen een gevoel van kerst. Een soort blijdschap en empathie van onbekenden om  me heen. Zo’n typische rondom-kerst-stemming. Een soort samen-zijn-gevoel. Maar ook dat de mensen eigenlijk niet weten wat ze met hun doelloze dagen aanmoeten en zich heel even bezinnen. En zichzelf de grote vragen des levens stellen. ‘Hoe was mijn jaar? Wie zijn we dierbaar? Wat brengt me het komende jaar? Wat wil ik eigenlijk?’ 
In de Volkskrant las in een stuk ‘Als het werkt wordt het mooi’ over Theo Jansen, die zich helemaal toelegt het maken van strandbeesten. Uit duizenden stukjes pvc-buis bouwt hij levende machines die door de wind zelf lopen en bewegen. ‘Ik heb me puur kunnen richten op het ontwerpen en bouwen van strandbeesten, door andere dingen te laten vallen, door te kiezen’, zegt hij. Theo Jansen weet wat hij wil. Heeft gekozen en weet waarvoor hij leeft. Hij heeft zijn ‘kerst-vraag’ al reeds lang geleden beantwoord; hij gaat op in zijn mooie strandbeesten.
Zijn keuze deed me denken aan ‘less is more’. Een uitspraak die mij lang werd toegedragen tijdens m’n opleiding aan de Akademie voor Industriële Vormgeving in Eindhoven (nu Design Academy). Less is more, omdat minder leidt tot minder afleiding en tot meer focus en aandachtigheid, bij zowel maker als beschouwer. Kiezen dus, Ja, dingen uitsluiten dus ook…. Waar gaat u in op? Waar gaat u voor in 2009? Ik ga er nog even over denken en het proberen ‘het’ te voelen. U ook? Ik wens u een mooi 2009 toe.

Reageren op deze column? Mail ons.

Sinterklaas’ strategie (1 december 2008)

Barack Obama heeft zijn nieuwe ploeg gepresenteerd. Een ploeg die  - zoals hij zelf zegt - uitgaat van haar eigen krachten en daarmee de bedreigingen van de USA te lijf gaat. In bedrijfskundige termen noemen we dit de ST-strategie of de ondersteunende strategie: het gebruik van sterkten (Strength) om bedreigingen (Threats) af te wenden. Dat vind ik dan wel weer mooi aan Amerika. dat ze de guts hebben om uit te gaan van hun sterkten en zich richten op verdedigen en concurreren vanuit hun sterkten. Daar waar wij Nederlanders vanuit onze Calvinistische inslag vaak impliciet kiezen voor de WT-strategie (Weakness / Threats) of defensieve strategie die zich richt op vermijden, samenwerken en overnemen. Impliciet omdat maar weinig organisaties bekend lijken met het ´vervolg´ van de SWOT/analyse, het gebruik van de TOWS-matrix (SWOT omgedraaid) ook wel de confrontatiematrix of issuematrix genoemd.
Vanuit onze kennismanagementpraktijk zijn we bijzonder geïnteresseerd in welke mate kennisaspecten zoals kennis, het vermogen om samen te werken of de beheersing van kennisprocessen zoals kennisdeling onderdeel zijn van SWOT-analyses van organisaties. En dit soort aspecten zien we nog maar weinig in dit soort analyses. Terwijl we toch dagelijks spreken over een Nederlandse kenniseconomie…..

Goed, nu eerst maar eens Sinterklaas, die weer een andere strategie hanteert. Dit kan niet anders dan een SO-strategie zijn: de man barst van de krachten (Strength) en zoekt het louter in kansen (Opportunities).
Wat is uw strategie voor het komende jaar?

Lees ons artikel over kennismanagement in de SWOT

Reageren op deze column? Mail ons.

 

Zoeken (13 november 2008)

Zag je laatst de VPRO-documentaire over Second Life (SL)? De hoofdpersoon is zoekende en begaf zich (juist misschien daarom) op Second Life. En trof daar Oshalla Zander, een SL-bewoner. Deze herkent het zoekgedrag van de hoofdpersoon en adviseert hem het volgende:
Een zoeker:

·         gaat overal heen;

·         blijft altijd in beweging;

·         probeert alles een keer;

·         verdient niets en geeft niets uit;

·         reist alleen met andere zoekers.

Ben je een zoeker? Of een vinder? Welke van de vijf kenmerken herken je of trekken je aan? En waarom? Valt niet mee dit soort vragen… U zoekt naar een antwoord… Zoeken lijkt soms interessanter dan vinden. Omdat we de zoektocht als proces op zich al als een resultaat ervaren. Toch lijken we meer gecultiveerd om te vinden in plaats van te zoeken. Resultaatgerichtheid en liefst nog snel ook. Denk eens na over wat je leuk vindt aan je werk. Met collega’s dingen uitzoeken, nieuwe diensten op oplossingen bedenken, snuffelen op Google, vakantiebestemmingen vergelijken of winkelen. Langer zoeken en minder snel vinden geeft ruimte voor nieuwe wegen, nieuwe ontmoetingen en nieuwe oplossingen. Ruimte die zo veel bedrijven nodig hebben om tot innovatie te komen. Geef u zelf eens wat ruimte! Yes, you can!

 

De uitzending over Second Life gemist en nieuwsgierig? Kijk hier.

 

Reageren op deze column? Mail ons.

 

Pasvorm (4 november 2008)

Ik ruimde laatst mijn klerenkast op. En stond wederom versteld van de hoeveelheid kledingsstukken die ik de afgelopen jaren vergaarde. En vooral van die kleding die ik nauwelijks draag, maar ooit blijkbaar in een bevlieging kocht. Bevliegingen moet je koesteren, denk ik. Omdat ze onderliggende behoeften blootleggen. Een van de dingen die ik vond onderin m’n kledingkast was een oude spijkerbroek. Verkleurd, afgedragen en sleets. Maar wel een fijne, vertrouwde en o zo soepele broek, die door veel dragen de beste pasvorm heeft gekregen. Die kon ik toch niet zo maar weg doen? Ken je dat? Van die dingen die door veel gebruik fijner en persoonlijker zijn geworden? Zoals versleten traptreden, je lievelings koffiekopje of een leren agenda waarmee je bijna vergroeid bent. Slijten is vormen.

Hoe zit het met jouw organisatie? Is die zich door de jaren heen gaan vormen om je werk, om jou? Heeft die de beste pasvorm gekregen, doordat medewerkers de organisatie door weer en wind en rust en spanning hebben gebruikt? De organisatie als een fijn zittende jas om onze arbeid. Waarin je je lekker voelt, die je beschermt, kleur en identiteit geeft. Erik Veldhoen schreef het boek ‘The art of Working’, waarin hij zijn werk als architect van kantoren transformeert naar een architect van een jas om arbeid. En dat toegepast bij ziekenhuizen, politiekosten en tal van andere organisaties in Nederland. Een mentale, fysieke én virtuele organisatie die gevormd wordt om en door haar medewerkers. Wij van KULTIFA zijn gefascineerd door de esthetische aspecten van organisaties. En willen organisaties behalve slimmer ook passender en mooier maken. Organisatiekunde is een boeiend vak!

Denk je ook even aan de pasvorm van je organisatie als je je klerenkast weer eens opruimt?

 

Reageren op deze column? Mail ons.

Immateriële activa (19 oktober 2008)

Als u op dit moment aandelen heeft maakt u barre tijden door…. Ooit heeft iemand bedacht dat organisaties gerund moeten worden door de uitgifte van aandelen. Aandelen van mensen die geen enkele betrokkenheid hebben en tonen met de organisatie en enkel uit zijn op korte termijn winst. Stakeholders in plaats van shareholders. Dit Angelsaksisch denken (organisatie als money making machine) heeft naar ik hoop eindelijk zijn langste tijd gehad, met dank aan de grote koersdalingen.
Een alternatief voor dit denken zijn Rijnlandse organisaties. Organisaties die zich kenmerken door wie het weet het mag zeggen, een focus op continuïteit, shared values en waar het gaat om inhoud en vakdeskundigheid.
Een stroming binnen kennismanagement heeft zich midden jaren ’90 bezig gehouden met het kapitaliseren van kennis en vakmanschap (waardecreatie). Er zijn in de loop der jaren diverse methoden ontwikkeld om de waarde van kennis vast te stellen. Met als doel om immateriële activa op te nemen op de balans van de organisatie. Slechts enkele organisaties zoals Skandia hebben dit tot nu toe werkelijk gedaan. En hebben geprobeerd te verklaren waarom het verschil tussen de marktwaarde en de boekwaarde van de organisatie soms wel 20 maal zo groot kan zijn. Kennis in mensen en het vermogen van een organisatie om te excelleren en te innoveren is de verklaring. En dit kapitaal is veel waardevoller dan het vluchtige kapitaal dat aandeelhouders inbrengen.

Ik lach stiekem in mijn vuistje, omdat ik een groot voorstander ben van het Rijnlands denken binnen organisaties. Waar organisaties sociale leergemeenschappen zijn, playgrounds waar gewerkt, geleerd én gespeeld wordt en waar en passant ook nog geld wordt verdiend. Zo kan het ook…
Wilt u weer weten over dit Rijnlands denken of uw organisatie ‘Rijnlandser’ maken? Bel ons voor een afspraak.

 

Reageren op deze column? Mail ons.

 

Incommensurabiliteit (10 oktober 2008)

Soms kom je een woord tegen dat nog wat langer blijven rond zweven in je hoofd. Een half uurtje voordat ik deze dagen de nacht ontmoet lees in ‘Topkitch en slow science’, een nieuwe boekje van René Boomkens. En hij spreekt over ‘incommensurabiliteit’. Ken je het? Weet je wat het betekent? Ik vind het wel een mooi woord. Probeer het eens uit te spreken: in-commen-sura-bili-teit. Slechts 955 hits biedt google op dit woord. Exclusief dus ook nog. Het woord is uiteen te trekken in incommen (≈ niet gemeenschappelijk) en surabiliteit (= onmeerbaarheid). Kuhn introduceerde het begrip ooit als aanduiding voor het ontbreken van gemeenschappelijke, objectieve of onpartijdige maatstaven voor de evaluatie van de rivaliserende denkkaders (frames of paradigma’s). Met als gevolg dat waarheid kennelijk relatief is aan het conceptueel kader dat we gebruiken, dat paradigma’s wederzijds onvertaalbaar zijn en kennis per saldo zelflegitimerend is.

En het lijkt dat we – ook jij en ik – in toenemende mate te maken hebben met incommensurabiliteit, maar we ons daar weinig bewust van zijn. Denk maar eens aan de discussies over de balans werk-prive, het integratievraagstuk, relaties, discussies in De Kamer, stappen in het kader van je loopbaan of aan het glazen plafond voor vrouwen.
Of incommensurabiliteit in organisaties waarbij medewerkers vanuit verschillende frames  - vaak onuitgesproken – werken zoals Angelsaksisch denken versus Rijnlands denken, organisatie-esthetiek versus organisatie-effectiviteit of de verschillende beelden van organisaties van Morgan (zoals organisaties machines of organisaties als organismen) hanteren.

Dit soort vraagstukken ontaardt al snel in een welles-nietes-discussie. Omdat
een ieder denkt en functioneert vanuit zijn of haar eigen een denkkader (paradigma) waaruit men niet kan stappen om op neutrale grond een vergelijking te maken. En waarbij we geen tijd meer nemen en interesse tonen voor de argumenten achter dat wat we roepen. Boomkens noemt in zijn laatste boekje het voorbeeld van de verschillen van werelden van wetenschap en populisten: ‘de oude culturele elites (voornamelijk wetenschappers) die moeten concurreren met allerlei culturele parvenu’s zoals televisiemakers, columnisten, discjockey’s, en reclame- en  marketingspecialisten´.
Een toenemende verscheidenheid aan achtergronden, opleidingen en ervaringen én een groeiend scala aan ambities en mogelijkheden leiden tot een toenemende mate van verscheidenheid aan opvattingen en argumenten. Deal with it!

Met een inspirerende collega schrijf ik op dit moment een boekje over vragen stellen. En signaleren we dat ‘waardoor-vragen’ steeds belangrijker worden om elkaar te blijven begrijpen in de toekomst. En om elkaars argumenten te achterhalen en om incommensurabiliteit bespreekbaar te maken.

We hopen hiermee te stimuleren dat mensen zich meer verdiepen in het waarom van de verschillen, in plaats van dat men zich richt op het verschil an sich.
Staat u eens stil hoe het staat met uw incommensurabiliteit? Dan gaan wij verder met het schrijven aan ons boekje hierover.

 

Reageren op deze column? Mail ons.

 

Onvolwassen dromen (30 september 2008)

Droomt je nog wel eens? Dagdromen bedoel ik dan. Dromen over je toekomst, je idealen, over wat je wilt bereiken? Over je droomhuis in Zweden, over je jeugdliefde of over je carrièreswitch of zelfstandig ondernemerschap?

Dromen lijkt vooral een activiteit van kinderen (en van Amerikanen). Volwassenen dromen immers niet, is de norm. Da’s onvolwassen. Eén van mijn kinderen vertelde laatste dat hij had gedroomd over een waterval.  En dat hij s’nachts in zijn bed had geplast.

Toen ik daar verder over nadacht (hoe dat nou kon gebeuren?) en het beddengoed in de wasmachine propte, vond ik het wel een mooi voorbeeld van een gedachte die direct gevolgd werd door een handeling, misschien een reflex. En dat wij volwassenen het nooit meer hebben over onze dromen, laat staan direct hiernaar handelen. Hoe komt dat?

15% tot 20% van onze werktijd schijnen we te dagdromen. Dat is dagelijks zo’n anderhalf uur! ‘Dromen, durven, doen’ van Ben Tiggelaar is een heuse bestseller. En ook het boek ‘dromen van mijn vader’ van presidentskandidaat Obama verkoopt als een trein.  Dus we hebben wel wat met dromen, zou ik zeggen. En dagdromen blijkt ook nog goed te zijn ook voor je productiviteit en creativiteit. Tenminste als je ervan bewust bent dat en wat je dagdroomt. Dromen loont! Als je dat durft om te zetten in daden, net als onze kinderen soms doen… Durven dus. Doet je het vandaag nog?

Onze droom? Organisaties mooier maken. We werken dagelijks aan het verwezenlijken van deze droom. Lees erover in ons nieuwste boek Schoonheid in organisaties.

 

Reageren op deze column? Mail ons.

Managen van vaklui (18 september 2008)

‘Bevrijd vaklui uit de democratie’’ is de kop van het vlammende betoog van Evelien Tonkes in de Volkskrant van het afgelopen weekend. Behalve dat  zij - als zo velen - de oorzaken noemt, doet zij mooie suggesties voor verbetering aan het adres van de managers van professionals. Zoals het afschaffen van de indicatieorganen, het gebruik van protocollen en richtlijnen als zoeklicht niet als dwangbuis, onaangekondigde bezoeken van teams van docenten en managers en verhoging van salaris voor professionals in plaats dat van managers. Managen is niet belangrijker of verantwoordelijker dan lesgeven, besluit zij. Ik vind het een mooie poging en wil haar en die velen managers een handreiking doen uit onze eigen adviespraktijk. Want we breken ze  - die managers - publiekelijk af in de media. Maar zij zijn het wel die veranderingen in gang kunnen zetten. Hieronder onz lijstje met onze achttien punten. We gaan er graag met u over in gesprek.

KULTIFA

Verantwoordelijkheid manager

a. Kennis

 

1.        Aangeven welke kennis nodig is

2.        Benutten kennis van kenniswerkers

3.        Bij elkaar brengen van competenties en leerbehoeften

b. Uitdaging

 

4.        Bieden van uitdagingen en variëteit in werkaanbod (matchen met individuele perceptie van uitdaging)

c. Leervermogen

 

5.        Onderzoeken, benutten en belonen van leervermogen

d. Leerbereidheid

 

6.        Inspelen op individuele leerbehoeften

e. Leercondities

 

 

7.        Vragen welke leercondities nodig zijn en deze inrichten

8.        Wegnemen van ontwikkelbedreigingen

9.        Creëren van leerklimaat

f. Taakstelling

 

 

10.      Aangeven wat per individu verwacht wordt (ook verwachte resultaat en effect), wat kwaliteitscriteria zijn, etc.

11.      Inzicht geven in bijdrage aan het grotere geheel (missie, visie, doelstellingen, strategie)

12.      Aanmoedigen van resultaten

13.      Bewaken van efficiency en flexibiliteit

g. Informatie- en

communicatie-voorziening

14.      Vragen naar informatiebehoeften en ondersteunende middelen en deze inrichten en onderhouden

h. Intrinsieke
motivatie

 

15.      Vragen naar en monitoren van individuele intrinsieke motieven

16.      Aanbieden van werk dat matched met individuele arbeidsmotieven

i. Feedback

17.      Organiseren van feedback van klanten, opdrachtgevers, financiers en afnemers afgestemd op behoefte van individu en organisatie

j. Autonomie

 

18.      Bieden van autonomie (regelbehoeften en regelmogelijkheden) en flexibiliteit

 

Reageren op deze column? Mail ons.

Proces als resultaat (1 september 2008)

De vakantieperiode is voor velen een periode waarin men reflecteert op het eigen werk. Zo ook ik. Wat is er leuk aan mijn werk? Waarin schuilt de uitdaging? Is die er voldoende? Onlangs deden we onderzoek naar wat mensen als mooi ervaren in hun werk. De kwaliteiten van collega´s en de saamhorigheid en samenwerking scoorden hoog. In m´n laatste boek ´Schoonheid in organisaties´ onderscheidde ik productieschoonheid en schoonheidsproductie. De hoogst scorende aspecten die men als mooi ervaart zijn onderdeel van productieschoonheid: het op een mooie wijze dingen doen (versus mooie dingen doen). De schoonheid van het werkproces dus. Als ik de vele organisaties de revue laat passeren die ik onderzocht en adviseerde, valt me op dat de meeste zich sterk focussen op het realiseren en verbeteren van de output.  En zich veel minder richten op het verbeteren en wellicht mooier maken van de throughput, de productieschoonheid. En dat is verbazend als we moeten vast stellen dat we in het type arbeid dat we verrichten in Nederland in toenemende mate veranderd van handwerk naar denkwerk. Denkwerk dat zich niet laat verbeteren door veel toegepaste efficiency-maatregelen zoals business proces redesign, ICT-operaties of standaardisatie. Maar juist gebaat is bij uniciteit, variatie en autonomie van mensen met hun eigen ervaring, denkbeelden en werkprocessen. Dat is wat mijn werk boeit, bedacht ik me. De variatie aan collegae, opdrachten en opdrachtgevers. De ruimte om na te denken, lang te kunnen omwentelen in een probleem of onderzoeksvraag. En de ruimte (tijd) te ervaren die nodig is om uiteindelijk te komen tot een dan bijna logisch en vanzelf groeiend resultaat. Als we dat proces maar de tijd geven en als resultaat zelf leren beschouwen! Mocht u nog met vakantie gaan adviseer ik u dat een beetje te oefenen door bijvoorbeeld te gaan zeilen, golven of spelen met uw kinderen. Veel plezier!

Reageren op deze column? Mail ons.

 

De devaluatie van kennis: ‘Bedrijfsleven heeft parate kennis niet langer nodig’ (10 augustus  2008)

 ‘Bedrijfsleven heeft parate kennis niet langer nodig’ kopt de Volkskrant op 2 mei 2008. Het artikeltje hangt al een paar maanden aan het prikbord op m’n werkkamer. Hoe vaker ik het zie, hoe bozer ik word. ‘Feiten hoeven niet in je hoofd te zitten, als je ze maar met competentiegericht onderwijs’ hebt leren vinden’, schrijft het artikel.

Natuurlijk werkt het niet zo, reageer ik als onderwijskundige. Feiten zijn slechts één van kennisbrokjes die we dagelijks nodig hebben, binnen en uiten ons werk. Leren van feiten, begrippen, relaties, structuren en methoden geschiedt via weten, begrijpen en (na)doen en soms andersom, zegt deinstructional theory’ van Romiszowski.

Maar in onze kenniseconomie doet kennis er niet meer toe. We zoeken dingen op in de Wiki, we stellen onze eigen diagnose en spreken de (huis)arts tegen en denken dat we expert zijn als we een jaartje iets te hebben gedaan op ons werk. Ik vind dit een zorgelijke en gevaarlijke ontwikkeling; we stevenen af op een onbewust onbekwame maatschappij.  Waarin iedereen zogenaamd alles weet, waarin ‘hij die het hardst schreeuwt het mag zeggen‘ in plaats van ’hij die het weet’.  Waarin de wetenschapper en de vakman ingehaald worden door ‘adviseurs’  en ‘professionals’, wat plotseling iedereen schijnt te zijn tegenwoordig.  Waarin feiten en meningen synoniem van elkaar zijn geworden.

David Hume onderscheidde een principieel onderscheid tussen is-uitspraken en ought-uitspraken. Een uitspraak die probeert de werkelijkheid te beschrijven vormt nooit een voldoende rechtvaardiging voor een uitspraak dat iets zou behoren. Omgekeerd kan men op basis van een uitspraak dat iets behoort nooit weten dat het ook zo gebeurt. Wie meent dat men wèl kan overstappen van is-itspraken naar ought-uitspraken, of omgekeerd, begaat de zogenoemde naturalistic fallacy (de naturalistische drogreden). Sinds Hume zo nadrukkelijk dit onderscheid maakt, is het de vraag of morele en ethische uitspraken een kennisinhoud hebben (met dank aan www.digischool.nl). Voor we het weten (!) bevindt het bedrijfsleven zich in deze fallacy en zijn wij straks nog slechts de handjes van China. Wat denkt u? En vindt u dat of is dat zo?

Reageren op deze column? Mail ons.

 

What was your performance today? And your company´s?